Heeft het zin om te proberen de positieve psychologie binnen te brengen in de GGZ? Vanuit mijn achtergrond in HRM gun ik professionals dat zij floreren in hun werk en zingeving ervaren. Vanuit mijn achtergrond als ervaringsdeskundige gun ik cliënten dat zij hulpverleners treffen die vanuit gelijkwaardigheid werken en niet alleen kijken naar wat er mis is met de cliënt, maar ook naar de krachten.
Natuurlijk worden daar stapjes in gezet: door te kijken naar Positieve Gezondheid, naar herstelgerichte zorg en de inzet van ervaringsdeskundigen. Maar het diagnose-recept-model blijft mijns inziens dominant. En er blijft stigma op het hebben van persoonlijke ervaringen met ontwrichting en herstel, óók onder hulpverleners.
Het spreekwoord gaat over vechten tegen de bierkaai. Ik heb dat woord bewust veranderd. Ik wil namelijk niet vechten. Ik wil praten. Ik ben er niet op uit om het diagnose-recept-model omver te werpen; dat lukt niet en dat hoeft ook niet. Ik wil de blik verbreden, en dat doe je door met elkaar in gesprek te gaan.
Dat gesprek voer ik vanuit twee werelden die ik allebei ken. Ik ben HR- en L&D-adviseur, en ik ben ervaringsdeskundige. Die combinatie is mijn kracht. Ze maakt dat ik als geen ander snap wat werkt, voor de cliënt én voor de professional. Ik weet wat professionals nodig hebben om te groeien en overeind te blijven. En ik weet, van binnenuit, wat een cliënt voelt als iemand hem echt als mens ziet. Allebei komen ze op hetzelfde neer. Het draait om de mens die de hulp geeft.
Want dat is wat ik keer op keer zie. Wat een cliënt raakt is de relatie, niet het protocol. De hulpverlener zelf is het belangrijkste instrument dat hij heeft. En toch stoppen we bijna al onze aandacht in methodieken, formats en registratie, en nauwelijks in de mens die dat werk moet doen. Een hulpverlener die zijn eigen krachten kent, kan ze inzetten. En wie weet wanneer hij zelf getriggerd raakt, houdt ruimte voor de ander. Wie zichzelf niet kent, loopt het risico dat zijn eigen verhaal het gesprek overneemt zonder dat hij het merkt.
Een voorbeeld. Je kunt alle oplossingsgerichte vragen stellen die je geleerd hebt, keurig volgens het boekje. Maar als je intentie nog steeds is om de ander te repareren, dan voelt hij dat. Een mens merkt haarfijn of je naast hem komt staan of hem ziet als een probleem dat opgelost moet worden. De techniek kan kloppen terwijl je houding iets heel anders uitzendt. En dan komt het niet aan. Niet de vraag doet het werk, maar de bedoeling erachter.
En dan is er nog iets. Zolang je eigen ervaring met ontwrichting en herstel iets is om stil over te houden, blijven we geloven dat afstand hoort bij goed hulpverlenen. Ik geloof daar niet in. Ik heb gezien wat het doet als een hulpverlener zijn eigen geschiedenis niet hoeft weg te stoppen. Hij treedt de cliënt als mens tegemoet, en niet van achter het bureau van de diagnosticus. Ik zou willen dat we die eigen ervaring gingen zien voor wat ze is: waardevol.
Ik weet dat aandacht voor de mens achter de professional zacht kan klinken, zeker voor wie over budgetten gaat. Dus zeg ik het ook anders. Als de relatie bepaalt of hulp aankomt, dan bepaalt de professional de kwaliteit van de zorg. En de professional die zichzelf niet mag laten zien, raakt op den duur leeg en haakt af. In een tijd met deze personeelstekorten kunnen we ons dat niet permitteren. Investeren in wie de professional is, is daarom gewoon keihard nodig.
Daarom schrijf ik dit. Ik wil geen gelijk. Ik wil het gesprek openen. Ik nodig beleidsmakers, opleiders en collega’s uit om er samen over na te denken. Nemen we de professional net zo serieus als de methodes die hij gebruikt? Krijgt zelfkennis, je krachten en je valkuilen, een echte plek in ons vak? En durven we eigen ervaring met ontwrichting te zien als kennis in plaats van als risico?
Die antwoorden heb ik niet alleen. Daarom nodig ik je uit: praat met me mee.

