Het spreekwoord zegt: “De appel valt niet ver van de boom.” We gebruiken het vaak om te benadrukken hoe sterk kinderen lijken op hun ouders – in uiterlijk, gedrag of karakter. Soms liefdevol bedoeld, soms met een wrange ondertoon: zo vader, zo zoon of zoals de moeder, zo de dochter. Het beeld suggereert dat de appel niet kan ontsnappen aan de zwaartekracht van zijn boom.
Maar appels kunnen méér dan vallen. Ze dragen een zaadje in zich dat, wanneer het de juiste bodem en omstandigheden vindt, kan uitgroeien tot een heel nieuwe boom. En dat beeld laat zien dat intergenerationele overdracht niet alleen een gegeven is, maar ook kan worden doorbroken.
Wat doorgegeven wordt
Van generatie op generatie geven we waarden, patronen en verhalen door. Soms zijn dat beschermjassen: warmte, wijsheid, veerkracht. Maar soms gaat het ook om trauma, onveiligheid of gemiste kansen. De bekende Adverse Childhood Experiences (ACE’s)-studie van Felitti laat zien dat ingrijpende jeugdervaringen diepgaande gevolgen hebben voor gezondheid en welzijn op volwassen leeftijd. Bovendien toont de epigenetica aan dat trauma zelfs sporen kan achterlaten in ons DNA, waardoor stressgevoeligheid van generatie op generatie kan worden doorgegeven.
Doorbreken is mogelijk
Toch is de geschiedenis geen vonnis. Juist wie de pijn of het gemis aan den lijve heeft ervaren, kan besluiten het anders te doen. Een appel kan zijn zaadje laten wortelen in een nieuwe bodem. Een ouder kan besluiten meer openheid te geven, waar eerder gezwegen werd. Een docent kan een kind zien, waar hij of zij zelf ooit over het hoofd werd gezien. Een professional kan trauma bespreekbaar maken, waar de vorige generatie het ontkende.
Het vraagt moed om de vanzelfsprekendheid te doorbreken. Om niet alleen te zeggen: “Zo ben ik nou eenmaal,” maar ook: “Zo hoeft het niet verder te gaan.” Daarmee ontstaat ruimte voor een nieuw verhaal.
De wijsheid van de Sankofa-vogel
In de traditie van Beschermjassen wordt vaak verwezen naar de Sankofa-vogel: een mythische vogel uit West-Afrika die voorwaarts vliegt terwijl hij zijn hoofd achterwaarts draait om een ei op zijn rug te dragen. Het beeld drukt uit dat je om vooruit te gaan, soms eerst moet terugkijken. Je neemt mee wat waardevol is, en je laat achter wat je niet langer dient.
Zo werkt het ook met intergenerationele overdracht. Het gaat er niet om je wortels te verloochenen, maar om bewust te kiezen wat je doorgeeft. De humor, de wijsheid, de veerkracht neem je mee; het zwijgen, de angst of het geweld laat je achter.
De rol van de ontregelaar
Soms is er in een systeem iemand nodig die ontregelt. Niet om te verstoren om het verstoren, maar om vastgelopen patronen wakker te schudden. De ontregelaar stelt vragen waar anderen zwijgen, maakt zichtbaar wat onder tafel blijft en durft anders te handelen. Daarmee opent hij ruimte voor verandering en herstel.
Ik herken mezelf in die rol. In mijn werk wil ik als ontregelaar ruimte maken voor herstelondersteunende zorg – zorg die niet blijft hangen in diagnoses of tekorten, maar die uitgaat van hoop, kracht en toekomstperspectief. Ook wil ik het stigma rondom huiselijk geweld en trauma doorbreken. Want te vaak worden mensen vastgezet in hun pijn, terwijl ze juist ook dragers zijn van veerkracht en groeikracht.
Hoopvolle generaties
Als we appels zien als potentieel voor een nieuwe boom, verandert onze blik. Dan zien we jongeren niet alleen als producten van hun verleden, maar ook als dragers van toekomst. En dan erkennen we dat intergenerationele overdracht doorbroken kan worden – in gezinnen, in gemeenschappen en in systemen.
De appel hoeft niet gevangen te blijven in de val. Hij kan wortelen, groeien, takken spreiden en vrucht dragen. Zo ontstaat een nieuwe boom, met een eigen plek in het bos.

