Meer dan vijftien jaar geleden maakte ik kennis met het AQAL-model van Ken Wilber. Niet dat ik het met alles wat hij schrijft eens ben, maar door zijn raamwerk heb ik wel meer zicht gekregen op de hele olifant.
Het model nodigt ons uit om naar vier kwadranten te kijken:
- het innerlijke, persoonlijke (psychologie, bewustzijn, beleving)
- het uiterlijke, individuele (biologie, brein, lichaam)
- het uiterlijke, collectieve (sociologie, systemen, structuren)
- en het innerlijke, collectieve (spiritualiteit, cultuur, waarden)
Wanneer je alleen inzoomt op één kwadrant, krijg je een deel van het verhaal. Zoals de blinde die alleen de slurf voelt en zegt: “een slang”, of degene die de poot betast en zegt: “een boomstam.” De psycholoog die spreekt over hechting, de bioloog die kijkt naar stresshormonen, de socioloog die wijst op armoede en uitsluiting, en de spiritueel leraar die spreekt over verbondenheid — ieder heeft gelijk, maar nooit alleen.
Sinds ik dit model leerde kennen begrijp ik beter hoe perspectieven uit de psychologie, biologie, sociologie en spiritualiteit elkaar aanvullen en juist in hun samenhang betekenis krijgen. De waarheid ligt dus niet in één discipline, en ook niet in het midden, maar in de verbinding van de kwadranten.
Opvallend is dat steeds meer denkers en schrijvers bewust van kwadrant wisselen om de werkelijkheid te duiden.
- Zo beschrijft de Belgische psychiater Dirk De Wachter in Borderline Times hoe onze samenleving zelf trekken van borderline vertoont. Daarmee verlegt hij het perspectief van het innerlijke, persoonlijke naar het uiterlijke, collectieve.
- Rutger Bregman doet iets soortgelijks in De meeste mensen deugen: hij zet niet individuele psychologie centraal, maar de cultuur- en samenlevingswaarden die ons gedrag kleuren.
- Damiaan Denys legt vaak een brug van het individuele lijden naar maatschappelijke structuren: angst als een collectief verschijnsel.
- Frits de Lange schrijft in zijn werk over ouder worden niet alleen over het lichaam (biologie) of de psyche, maar verbindt het expliciet met zingeving en spiritualiteit.
- En in de psychologie van trauma zien we Bessel van der Kolk: van het persoonlijke verhaal verschuift hij naar het biologische (de rol van het brein en lichaam) én naar de culturele context van collectief trauma.
Al deze voorbeelden laten zien dat waarheid beweegt zodra we de moed hebben een ander kwadrant binnen te stappen. Ze tonen dat verklaringen rijker worden wanneer we onszelf dwingen van perspectief te wisselen.
Dat is ook precies wat ik waardeer in de STERKscan. Waar veel tests mensen reduceren tot één dimensie — een profiel, een kleur of een type — opent de STERKscan juist meerdere invalshoeken tegelijk. Ze kijkt naar waarden, drijfveren, energiegevers en context, en nodigt zo uit tot een gesprek dat niet vernauwt, maar verbreedt. In die zin weerspiegelt ze de geest van het AQAL-denken: niet de waarheid in één kwadrant, maar de rijkdom in de verbinding.
Voor professionals in zorg, onderwijs en welzijn betekent dit dat we niet de illusie moeten hebben dat onze eigen discipline het hele antwoord biedt. De psycholoog heeft de bioloog nodig, de socioloog de spirituele traditie, en omgekeerd. Pas wanneer die stemmen samenkomen ontstaat een rijker verstaan van de mens.
De filosoof Blaise Pascal zei ooit: “De mens overstijgt de mens.” Misschien bedoelde hij hetzelfde: dat we onszelf niet kunnen reduceren tot één verklaring, één discipline, één theorie.
En misschien is dat wel de essentie van leren en ontwikkelen: oefenen in meervoudig kijken. Niet de waarheid bezitten, maar haar in de kwadranten blijven zoeken.
TED Talk-tip: The danger of a single story van Chimamanda Ngozi Adichie. Een krachtige uitnodiging om niet te blijven hangen in één verhaal, maar het hele palet van menselijke ervaringen te zien.

