To be, or not to be, that s the question. Wie kent deze zin uit Shakespeare’s Hamlet niet? Het is in alle opzichten een beladen vraag. Kijk naar de discussie over een zelfgekozen levenseinde als gevolg van ondraaglijk psychisch leiden. Dit blog is niet bedoelt om een standpunt hierin te nemen. Ook is het niet bedoelt om een standpunt in te nemen over of “labels” helpend zijn of niet of dat labels terecht zijn of niet. In sommige opzichten kunnen ze dat wel zijn en in sommige opzichten niet. Het hangt ervan af hoe je helpend definieert. Over welk label het ook gaat beter is de vraag stellen: “hoe is dat voor jou?”
De discussie over of labels helpend zijn wordt veel en al lang gevoerd. Het is een eindeloze discussie waar je nooit helemaal goed uitkomt. Niet omdat de waarheid in het midden ligt maar eerder in het kwadrant. Het AQAL model van Ken Wilber maakt voor mij goed zichtbaar op welke dimensies alle discussies plaatsvinden. Zo betoogt Paul Verhaeghe terecht dat Identiteit geen vast gegeven is maar zich ontwikkelt in relatie tot de ander. Moet ik daarbij kiezen voor Lacan of Levinas? Tekort of bezieling of allebei? Hoe dan ook onze neo liberale samenleving maakt volgens Verhaege dat we massaal vinden dat we iets moeten. Succesvol moeten zijn en als dat lukt is het onze eigen verdienste en als het mislukt onze eigen schuld. Ook Michael Sandel identificeert dit gegeven als problematisch. Het zorgt voor verdeeldheid en angst en zorgen bij de mensen bij wie “het niet zo goed lukt”. Zelfverwijt ligt op de loer terwijl de “winnaars” en de “verliezers” dat vooral aan hun omgeving danken en veel minder aan zichzelf dan ze denken.
Om te voorkomen dat dit een beschouwend stuk wordt zal ik mijn eigen ervaring delen. Ruim voordat ik één jaar oud was rende ik door het huis waarbij ik af en toe over de kop sloeg. Al snel kende ik de verhaaltjes uit mijn hoofd zodat het leek alsof ik al heel vroeg kon lezen. Ik vond het vervolgens leuk om alle automerken te leren kennen, ik kreeg zuiver plaatjes voor foutloos werk, mocht vooruitwerken in groep 4 en kon groep 5 overslaan. Maar ik verzette mij tegen het leren. Handvaardigheid begon ik niet aan. Dat kon ik namelijk niet. Alsof ik op school was om te bewijzen dat ik alles al kon in plaats van om te leren. Het vermoeden ontstond in 1987 dat ik mogelijk hoogbegaafd zou zijn. Ik werd onderworpen aan een test of wat en een gesprek en de conclusie was dat ik wel hoog scoorde maar niet voldeed aan het criterium. Not to be hoogbegaafd dus. Mogelijk was ik wel faalangstig aldus de expert.
Ik zat dus niet in het kamp van de winnaars voor mijn gevoel. Ik was toch niet zo slim. Ik weigerde vanaf dat moment of misschien al iets eerder huiswerk te maken. Ondanks een VWO advies wilde ik naar de LTS om stukadoor te worden, net als al mijn vriendjes in de Krachtwijk waar ik opgroeide. Het mocht niet van mijn moeder dus ging ik naar een brugklas waar ik een nieuw woord mocht toevoegen aan mijn woordenschat: doubleren. Zonder mij iets aan te trekken van de regels van het schoolgaande leven rondde ik uiteindelijk cum laude de havo af. Met een “pretpakket” dat wel. Met veel lol met vrienden en veel strijd met docenten.
Mijn vader had nul aandacht voor wat ik op school deed en mijn moeder gaf de strijd al snel op en beet mij slechts toe dat ik lui was en er nooit iets van mij terecht zou komen. Ze wenste mij tenminste geen ernstige ziektes of pijnlijke dood dat voorrecht viel mijn vader ten deel. Als alcoholist die ongeveer woonde in cafés zat hij volgens haar niet in het kamp winnaars. Voor mij was hij, ondanks dat hij mijn verjaardagen miste omdat hij dronken in de kroeg zat, mijn held. Maak ik het vergelijk met een bloem dan werd ik niet in het licht geplaatst en kreeg ik geen water. De shit die over mij heen kwam deed niet alleen schade denk ik. Het levert ook kwaliteiten op als autonomie, doorzettingsvermogen en fijngevoeligheid. In zekere zin kan het werken als mest.
Loopt dit verhaal goed af? Ik heb geen idee. Ik voel mij een rijk mens momenteel. Niet omdat dat blijkt uit mijn salarisstrook maar omdat ik werk doe waarin ik iets doe dat betekenisvol is voor mij en omdat ik er mijn creativiteit in kwijt kan. Bovendien leer ik elke dag weer iets over mijzelf.
Had ik er meer uitgehaald als er hulpverlening ingezet zou zijn? Al was het maar één gesprek over de faalangst. Was ik beter af geweest als er een uithuisplaatsing zou komen? Zeker niet! Dat voel ik aan alles maar zeker weten zal ik het nooit. Want wat is “beter af”? Meer succes, meer levensvreugde? Wanneer ben je hoogbegaafd? Hangt dat vast aan het IQ criterium of is er meer? Ja ik ken al de modellen van Dabrowski, Gardner, tot Zijnsluik tot Renzuli en Monks. Is dat helpend voor mij? Daar ben ik nog niet over uit. Ik vind het interessant om al de constructen te kennen maar weet iemand echt wat hoogbegaafd is? Ben je hoogbegaafd als je vooruit kijkt en van mijlenver ziet aankomen wat de oplossing of het probleem is? Of ben je pas hoogbegaafd wanneer je de stappen tussen A en Z expliciet kunt maken? Of juist bij de ander kunt blijven zonder over problemen of oplossingen te hoeven praten?
Hoe gaat het met al die jonge mensen van nu die zich afvragen of ze wel bij de winnaars (blijven) horen? Mensen in wording die hun emoties beter moeten leren reguleren, aandachtiger bij de les moeten blijven, veel meer dan ooit moeten voldoen aan een steeds hogere standaard van zichzelf en van de omgeving. Laat Shakespeare maar voor wat hij is en omarm de titel van het Album van Tiesto. Just be.

