Mijn oma had rond 1988 geen schema nodig om mij te duiden. Zij labelde mij moeiteloos met een spreekwoord: “Groter geest, groter beest.” Daarmee bedoelde ze dat mijn opstandige gedrag nu eenmaal paste bij een slimmerik. Geen diagnose, geen rapport, maar een volkswijsheid.
Toen ik jaren later de bekende tekening zag waarin ADHD, autisme en hoogbegaafdheid elkaar overlappen, moest ik daaraan terugdenken. Want ook in die cirkels herkende ik veel eigenschappen die ik mijzelf toedicht of die anderen mij toedichten. Alleen noemden we het vroeger niet comorbiditeit, maar gewoon de aard van het beestje.
Zo’n schema geeft de indruk van grip. Strakke cirkels, overzichtelijke overlap. Maar mensen passen zelden netjes in cirkels. Gedrag ontstaat uit context, relaties, ervaringen en tijd. Het schema lijkt helder, maar kan ook een illusie van controle scheppen: alsof de mens volledig te vangen is in overlapjes en categorieën.
Een psycholoog zei ooit: “Eigenlijk zouden ook hechtingsproblemen in zo’n overzicht moeten staan, want die verklaren veel van de kenmerken.” Precies dat laat zien hoe beperkt zulke schema’s zijn: ze missen vaak de verhalen achter het gedrag.
Ik weet nog dat ik als achtjarige het label hoogbegaafdheid net misliep. Niet dat ik dat gemis mijn hele leven heb meegedragen, maar het riep wél de vraag op: ben ik dan echt anders? Het ontbreken van dat label zette me aan het denken. Het inspireerde me om verder te zoeken naar de betekenis van labels. Zijn ze steun, of vooral een poging om grip te krijgen op een weerbarstige werkelijkheid?
Een ander label kwam er ook niet. Je zou kunnen betogen dat dit een tekortkoming was van de GGZ. Zelf zie ik het eerder als een verdienste. En dat compliment wil ik hier nadrukkelijk geven: er is bij mij nooit te snel een hokje geplakt. Er werd gekeken, geluisterd, gewogen. Dat is misschien wel de grootste kracht die de GGZ kan hebben: de moed om ruimte te laten bestaan, zonder direct te willen duiden en fixen.
Want labels kunnen steun en erkenning geven, maar ze kunnen ook beperken. Mensen gaan soms geloven dat ze iets niet kunnen “omdat ze ADHD hebben” of “omdat ze autistisch zijn”. Dan verandert een diagnose van hulpmiddel in kooi.
En als ik dan tóch een label zou moeten dragen, dan is het het label dat Kitlyn Tjin a Djie mij ooit spiegelde. Zij zag mij niet als probleemjongere, maar als ontregelaar. Mijn kenmerken waren geen willekeurige afwijking, maar een logische reactie op een ongezond familiesysteem. Ontregelen was mijn manier om ruimte te maken in een omgeving die te knellend was.
Die rol draag ik nog steeds. Ook in organisaties en de jeugdzorg zie ik hoe systemen vastlopen in protocollen, labels en schema’s. Daarin dreigt de mens achter het model te verdwijnen. Ontregelen betekent voor mij: vragen stellen, aannames bevragen, ruimte maken voor andere verhalen. Niet om chaos te veroorzaken, maar om verandering mogelijk te maken. Systeemverandering begint vaak bij degene die durft te laten zien dat het ook anders kan.
De filosoof Michel Foucault liet zien dat classificaties nooit neutraal zijn. Elke diagnose is ingebed in machtsstructuren: het onderscheid tussen normaal en afwijkend, gezond en ziek, passend en onpassend. Een schema van overlappende cirkels lijkt objectief, maar draagt altijd een norm in zich mee. Precies daardoor kunnen ze mensen eerder vastzetten dan bevrijden.
Normaal of afwijkend, talent of tekort – het zijn vaak valse tegenstellingen. Het glas is niet halfvol óf halfleeg: het is beide tegelijk. Ook de overlap tussen ADHD, autisme en hoogbegaafdheid laat zich niet in hokjes vangen. Het gaat om een dynamisch geheel van kwaliteiten en kwetsbaarheden, verlangens en beperkingen, vol en leeg.
Ons brein heeft een negativiteitsbias: we zien sneller wat ontbreekt dan wat er is. Daarom is een waarderende blik belangrijk. Maar het halflege glas heeft óók waarde: het laat zien waar ruimte is voor groei en verbinding. Het kan richting geven aan doelen, mits we de leegte niet als tekort maar als mogelijkheid leren zien.
De dichter Rainer Maria Rilke schreef: “Leef de vragen nu. Misschien leef je dan langzaam, zonder het te merken, op een dag het antwoord binnen.” Dat is misschien de kern: niet alles willen vastleggen in labels, maar de vragen durven leven. De leegte verdragen en haar zien als ruimte waarin iets nieuws kan ontstaan.
Zen leert ons dat het glas niet halfvol of halfleeg is, het is. ACT vertaalt dat praktisch: gevoelens en gedachten hoeven niet weg, ze mogen er zijn, terwijl je kiest voor gedrag dat bij je waarden past. Labels krijgen zo minder macht: ADHD, autisme of hoogbegaafdheid zijn geen harde categorieën, maar manieren waarop mensen de wereld ervaren.
Brené Brown liet in haar TED Talk The power of vulnerability zien dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar een bron van moed, creativiteit en verbinding. Precies dat geldt hier: de rafelranden en de gevoeligheden zijn niet het probleem, maar juist dat wat ons menselijk maakt.
Soms lijkt het alsof we in een Brave New World leven: een wereld die steeds strenger afwijkingen classificeert en normaliteit bewaakt. Maar waar Huxley een dystopie schetste van beheersing en conformiteit, geloof ik dat we ook kunnen kiezen voor iets anders: Brave New Stories.
Verhalen die niet vertrekken vanuit labels of schema’s, maar vanuit menselijkheid, hoop en verbinding. Waar zorg niet gaat over fixen, maar over betekenis geven. Waar ruimte blijft voor meerduidigheid en onzekerheid.
Misschien ligt de werkelijke verdienste van de zorg niet in het label dat wordt geplakt, maar juist in de ruimte die wordt gelaten. Minder plakken, meer luisteren. Minder Brave New World, meer Brave New Stories. Want achter elk label – of juist achter het gemis ervan – schuilt een mens. En niets menselijks is ons vreemd.
En misschien zou mijn oma dat vandaag gewoon zo hebben samengevat: het verhaal van het beestje zegt vaak meer dan de aard ervan.
Reflectieve vraag: Welke verhalen ontstaan er wanneer je voorbij de labels durft te kijken en de leegte niet vult met schema’s, maar met betekenis?
Muzikale noot: Leonard Cohen – Anthem: “There is a crack in everything, that’s how the light gets in.”
TED Talk: Brené Brown – The power of vulnerability

